Vijf vragen aan Stefan Sleijfer over regionale netwerkvorming

Welke rol speel je in de ontwikkeling van de regionale netwerkvorming oncologie?

“Naast internist-oncoloog en hoofd van de afdeling Interne Oncologie van het Erasmus MC Kanker Instituut ben ik penvoerder voor het Citrienprogramma Naar regionale oncologienetwerken. Het Citrienfonds (vernoemd naar een van de meest duurzame edelstenen) is een samenwerkingsverband tussen de overheid, onderzoeksfinancier ZonMW en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). Verder participeer ik als internist in regionale tumorspecifieke MDO’s. Onder het motto “Dichtbij waar het kan en verder weg als het moet” werk ik met collega’s uit de regio aan een echelonneringsmodel voor de onderlinge afspraken over de behandelmethodes.”

Wat vind je de belangrijkste ontwikkeling die is doorgemaakt?

“ Dat er zonder extra financiering op regionaal niveau per netwerk (EMBRAZE en CONCORD) tumorspecifieke afspraken gemaakt zijn. Daarin zijn niet alle tumortypes even vergevorderd maar ik vind dat wat we bereikt hebben ook realistisch is. Wij zijn tenslotte de grootste regio met 22% van alle nieuwe kankergevallen en met het grootste aantal ziekenhuizen en instituten, een totaal van 17.”

Wat heeft een belangrijke rol gespeeld bij de regionale netwerkvorming?

“ Met de toename van de incidentie en de complexiteit van de behandelingen is iedere zorgprofessional in onze regio er inmiddels wel van overtuigd dat alleen door samen te werken de kankerzorg beter en veel patiëntgerichter wordt.”

Wat betekent dit voor de patiënt?

“Als patiënt hoef je je straks geen zorgen te maken over of je wel in het juiste ziekenhuis bent: overal krijg je de best mogelijke zorg en heb je toegang tot de lopende studies. Door de samenwerking tussen de benodigde disciplines en specialisten van verschillende ziekenhuizen is een second opinion in principe niet meer nodig, wat veel tijd en energie scheelt voor een patiënt. We zijn er nog niet maar we maken goede vorderingen.”

Hoe zie je de verdere ontwikkeling van netwerkvorming?

“ Verdere echelonnering, het doorontwikkelen van de tumornetwerken en kijken wat waar nodig is om tot de meest optimale en patiëntvriendelijke zorg te komen. De tijdsinvestering van zorgprofessionals in het vormen van oncologienetwerken gaat resulteren in betere kwaliteit van de kankerzorg op regionaal  en op landelijk  niveau.”